Voeding

Ons lichaam heeft brandstof of energie nodig om te kunnen functioneren. Daarom eten en drinken wij. Hoeveel energie we per dag nodig hebben verschilt per persoon. Onze energiebehoefte is onder andere afhankelijk van geslacht, leeftijd en gewicht. Maar ook de lichamelijke arbeid die we verrichten tijdens ons werk of sporten is van invloed op de hoeveelheid energie die we dagelijks nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Zo zal de energiebehoefte tijdens een zwangerschap of in de herstelfase na een ziekte er anders uitzien dan bij een atleet die vlak voor een wedstrijd zit.

De hoeveelheid energie wordt uitgedrukt in kilocalorieeen (Kcal) of in kilojoules (kjl). In het dagelijks gebruik spreken we meestal van calorieen.

Caloriebehoefte bij volwassenen per dag:

  • mannen tussen de 20 - 50 jaar 2500 Kcal
  • vrouwen tussen de 20 - 50 jaar 2000 Kcal

Dat mannen over het algemeen meer calorieen per dag nodig hebben dan vrouwen komt omdat mannen bij vergelijkbare inspanning meer energie verbruiken dan vrouwen.
Op latere leeftijd neemt de energiebehoefte bij zowel mannen als vrouwen af.

Voor ons lichaam maakt het niet uit uit welke voedingsstoffen de calorieen komen. Immers, elke calorie is er 1. Wij halen onze energie onder andere uit vet, koolhydraten en eiwit maar bijvoorbeeld ook uit alcohol. Er zit wel veel verschil in de hoeveelheid calorieen dat door de diverse voedingsstoffen wordt geleverd.

  • 1 gram koolhydraten levert 4 kilocalorieen (Kcal)
  • 1 gram eiwit levert 4 kilocalorieen (Kcal)
  • 1 gram alcohol levert 7 kilocalorieen (Kcal)

De energiebalans
Wanneer we precies genoeg voedingsstoffen opnemen om goed te kunnen functioneren, is er sprake van een normale energiebalans. Met andere woorden, de balans is in evenwicht.
Wanneer we meer voedingsstoffen opnemen dan we eigenlijk nodig hebben is er sprake van een positieve energiebalans. Het teveel aan opgenomen energie wordt in het lichaam opgenomen en opgeslagen als vet.

Zowel mannen als vrouwen hebben vet nodig om ons lichaam te beschermen. Zonder vet zouden we niet overleven. Het vetweefsel:

  • Beschermt het lichaam tegen afkoeling;
  • Beschermt onze inwendige organen zodat ze een stootje kunnen verdragen;
  • Het produceert diverse hormonen.